Landschapsheling

Voor een youtube filmpje over ons landschapswerk, klik hier.

Methoden

Net zoals het menselijk lichaam wordt de aarde in leven gehouden door een web van levenskrachten en dat wordt gestuurd door bezielde wezens. Deze wezens zijn de elementwezens, die in een hiërarchische orde werken, elk naar zijn eigen element, en die ieder voor zich specifieke taken hebben uit te voeren. Een levenseenheid van een landschap wordt beheerd door een landschapsengel, dat is een engel van Moeder Aarde; deze wordt veelal een deva genoemd. Deze grijpt aan in een landschap op drie punten; een punt van instroom van de kosmische krachten, een punt waar deze kosmische klank-krachten worden samengevoegd met de levensprocessen binnen dat landschap, waar wordt verteerd en omgevormd; het transformatiepunt. En een punt van uitstroom van deze omgezette krachten, waarbij er een fijne onderaardse stroom terug gaat naar het punt van instroom. Op elk van deze punten werken de elementwezens uit verschillende rijken en van verschillende orde samen om deze vertering tot stand te brengen.
Dit is ooit door de engelen zo ingesteld en heeft duizenden jaren gewerkt. Echter de laatste eeuwen nu de mens steeds dieper ingrijpt in de natuur, worden veel van deze landschapseenheden verstoord. Ook de vele oorlogvoeringen, met name in Europa (waar op veel grotere schaal werd gevochten en kapotgemaakt), hebben hele landschappen en streken verwoest ofwel vastgezet.
Mede omdat de leiding van de elementwerelden in onze handen is gelegd, hebben wij een taak naar landschap en de deze bevolkende wezens om waar nodig, de boel te herstellen, ofwel om ook nieuwe landschapseenheden in te richten waar dat noodzakelijk blijkt. Daarbij is voor mens en natuurwezens een hoop gewonnen, want wij kunnen weer met hen in contact leren treden en iets voor hen terug doen, en zij kunnen door ons werk, met name waar het om offerkrachten gaat, verder ontwikkelen. Offerkrachten zijn namelijk door ons bewust omgevormde warmte-elementwezens, welke zij door deze omvorming weer verder kunnen bewerken. Wij doen dit offeren uit eigen vrijheid: dat is een eigenschap die zij zich slechts met moeite eigen kunnen maken. Zo ontstaan samenwerkingsverbanden tussen mens en elementwezens op een nieuwe basis.

Er zijn binnen de Rune-Werkplaats methoden van geomantie ontwikkeld om ten eerste weer in contact met de verschillende elementwezens binnen hun rijken te kunnen treden, en ten tweede om in samenspraak met hun wensen iets aan het landschap te kunnen doen. Vaker komt dat neer op het gronden van de of een deva in haar landschapspunten, en het verbinden van haar met wezens van de verschillende andere elementwerelden, waardoor verstoorde werkingen weer in beweging kunnen komen, en er een geheel nieuw élan in het betreffende landschap kan ontstaan.
Daarnaast is er werk in de veelal nog duistere 9 onderaardse sferen ontwikkeld, waarbij de erin gebannen wezens kunnen worden waargenomen, erkend en wanneer zij dit wensen, mee in ontwikkeling kunnen worden genomen. Veelal bevrijdt men dan op geschonden plaatsen, bijvoorbeeld waar executies of oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden, de mensen die er zijn gevangen in angst ofwel verontwaardiging omtrent het hen aangedane onrecht, mensenzielen die er vastzitten en niet verder in hun ontwikkeling kunnen komen.

Het landschapswerk wordt verricht in elementweekeindes. Op een landschap wordt er gedurende een jaar elk seizoen een weekeinde (zaterdag en zondag) gewerkt met een van de elementen en de hiërarchische wezens die hierin leven en werken. Er wordt begonnen in de herfst met de luchtwezens, waarvan de deva de hoogste vormt. Daarna in de winter volgt het element aarde, waarvan de aardegod Pan de hoogste vertegenwoordiger is boven het landschap. Veelal wordt getracht hem voor de Deva te interesseren en zich te verbinden met haar. Wanneer dit lukt, is het landschap meteen een stuk dieper gegrond, en leeft duidelijker. In het voorjaar wordt er gewerkt met het element vuur, waarvan de hoogste vertegenwoordigers, de muzen, een cultuurimpulserende en –onderhoudende taak hebben. Deze worden door dit werk aan het landschap op bewustere wijze verbonden, zodat de mensen die er komen, meer op hun individuele verantwoordelijkheden wat betreft de natuur en hun eigen morele handelingen worden gericht. Als laatste wordt er in de zomer met de waterwezens gewerkt; de nymfen en ondinen verzorgen het impulserende leven, zodat met de bewuste verbinding van hen met het landschap deze eerst rechtmatig tot leven komt.
De werkmethoden zijn telkens weer het fenomenologische inleven, het zingen van de aan de verschijnselen ten grondslag liggende krachtenspel, het lopen van ritmen die ons met de levenswerelden verbinden, en uiteindelijk het uitboetseren van de waarnemingen, waarbij de eigen waarnemingen tot wensen voor ontwikkeling van het landschap worden omgevormd. Uiteindelijk worden deze wens-beeldjes bij een van de landschapspunten neergezet. Dit gaat gepaard met gebaren en spreuken, veelal op ritme en muziek, die de deelnemers aan elkaar leren en die elk met beweging en muziek in het landschap worden ‘ingedanst’; er ontstaan zo nieuwe vormen van rituelen die samen met de elementwezens worden uitgevoerd. Waarnemingen geven aan dat zij van hun kant net zo hard meedoen, en de in de beeldjes verwerkte intenties en vormgebaren eruit halen om hiermee verder te kunnen werken.
Hoofdgedachte bij dit alles is dat de beeldjes, gebaren en wensen in vrijheid aan de elementwezens worden voorgehouden, waaruit zij zelf kunnen kiezen wat zij hiermee doen. Dat leert hen ook wat vrijheid zijn kan. Veelal juichen zij deze ontwikkelingen toe; in de toekomst moeten we het toch meer en meer samen voor elkaar krijgen om de aarde te beheren en te veranderen.

Dit zijn enige hoofdlijnen; er wordt bij elk landschap nagegaan wat de eigenlijke vraag of behoefte is, waar de knelpunten zitten, en hoe we hierop kunnen inspringen. Dat is veelal een creatief proces waarin hooguit wat methoden en richtingen duidelijk zijn. Al doende toont zich vaker de te volgen weg.

Twee vooraannames zijn hierbij belangrijk; ten eerste dat er wordt gewerkt met mensen die al enigszins de elementwezens waarnemen (invoelen is ook al een vorm van waarnemen). Een weg hiertoe is het deelnemen aan de genoemde elementenzondagen, Ten tweede dat er nooit ergens iets wordt gedaan waar geen vraag leeft; niet bij natuurwezens, noch bij de mens. Het is niet goed om op eigen houtje iets te willen ondernemen, want dan gaan de eigen wensen en voorkeuren meespelen. Zo kweekt men eerder karma dan dat men het bevrijdt en omvormt.

 

Werk in de onderaardse sferen

Met dit werk wordt getracht in de verduisterde sferen onder de aarde te komen, de sluiers van duisternis te lichten en in de kern van de aarde het shamballa of Nieuwe Jeruzalem te vinden, dat er wordt gehoed door Moeder Aarde (Isis Sofia). Anders gezegd, ‘de zon op middernacht te zien’. Dat wil zeggen door de aarde en haar verduisterde sluiers trachten heen te kijken en het geest-licht van de zon ook ’s nachts waar te willen nemen. Een groots doel, waar we elke keer een aanzet toe zullen kunnen maken, en ieder op zijn eigen wijze, met zijn eigen mogelijkheden en reeds al of niet ontwikkelde innerlijke zintuigen.

In deze onderaardse sferen kan man de tegen-engelhiërarchieën tegenkomen, alsook de demonische en gevallen elementwezens die met hen samenhangen. Deze dien je dan met je eigen moraliteit tegemoet te treden en te proberen deze met je mee te krijgen in de reguliere ontwikkeling, wat wil zeggen, te transformeren ten goede. Dat maakt dit werk verre van vrijblijvend; ik beschouw het dan ook als hogeschoolwerk met dieper gaande consequenties.
Er zijn negen lagen van tegensferen onder de aarde, waarin de tegen-hiërarchische engelwezens huizen, samen met gevallen element- en demonische wezens. Het zijn de sluiers van verduistering die kunnen voorkomen dat we ‘de zon op middernacht’, dus door de aarde heen, kunnen zien. Deze zijn elk te benaderen met de huizen van de horoscoop, welke ons er toegang toe geven vanuit ons eigen levenslichaam.
Ze zijn aangelegd, mee in de aarde gegaan bij diens verdichting, bij de aanleg van onze lichamen en leden, en zijn daar ook een tegenbeeldwerking van, de lagere kanten ervan vertegenwoordigend, op volgende wijze (naar Arendson):

1. Minerale aarde – Fysiek lichaam
2. Vloeibare aarde – Levenslichaam
3. Luchtaarde – Astraallichaam
4. Vormaarde – het ik, de geestkiem
5. Vruchtaarde – Gewaarwordingsziel
6. Vuuraarde – Verstands-gemoedsziel
7. Aardspiegel – Bewustzijnsziel + Geestzelf
8. Versplinteraar – Levensgeest
9. Aardkern – Geestmens

 

Werkwijze voor geschonden landschappen:

Er wordt begonnen met een afsluitende oefening voor de ziel, zodat de deelnemers beschermd zijn en zich op elk moment binnen zichzelf kunnen terugtrekken.
We leven ons in in de dagstemming, die we dan zingen op een gevoelig instromingspunt van de landschapsdeva. Hiertegen wordt met lierspel de planeetposities ofwel sferenharmonie van dat moment gespeeld.. Zo introduceren we ons bij de landschapsdeva, die dit vanuit de geestelijke kant altijd hoort.
Hierna gaan we naar waarnemen wat er gaande is in dat landschap. We bespreken dit, en gaan werken op het transformatiepunt of een ander gevoelig punt in dat landschap,.
Er zijn ritmische spreuken geschreven voor de sferen die ons levenslichaam en ziel op deze afstemmen. We beschrijven eerst de lagen stuk voor stuk met onze eigen ervaringen, en dan worden de ritmische spreuken improviserend voorgezongen. Hierop zingen we ons gezamenlijk improviserend in binnen de betreffende sfeer en proberen waar te nemen, en zo nodig, de wezens erin te ontmoeten en iets ten goede hier te veranderen. Na afloop bespreken we onze ervaringen.
Daarna laten we dit even innerlijk werken en gaan door naar de volgende sfeer.
Na elke drie sferen kan men een kleibeeldje maken waarin men zijn werk en ook wens voor dat landschap vanuit die sfeer vorm geeft. We lopen zo alle negen sferen door.
Na afloop worden een voor een de beeldjes in een cirkel rond het transformatiepunt gezet, waarbij de maker zijn wens voor dat landschap in relatie tot de betreffende sfeer uitspreekt of zingt, en het gebaar met het lichaam na doet. De andere deelnemers herhalen dit gebaar gezamenlijk drie keer. Zo drukt ieder zijn wens en gebaar uit. Na afloop wordt improviserend de vier kleuren van de vier lichamen (fysiek, levens-, ziele- en geestlichaam) gezongen, wat een etherkristal maakt rond dit gevoelige punt, en het bestendigt.
Op deze wijze kan men de tegenwerkende wezens proberen te benaderen en omvormen. Vooral op geschonden plekken, zoals voormalige slagvelden of concentratiekampen, kan men hiermee veel transformerend werk verrichten en ook de nog rondhangende overleden mensen bevrijden, doordat men hen in laat zien waarom zij daar gestorven zijn.

Voor het boek over het werken in de ondersferen, klik hier.

Voor teksten van de onderferen in jezelf, klik hier.
Werken met een groep ter plekke, ofwel met het reeds ingewerkte E-team, op aanvraag.

Zie ook onder Producten.

 

Relevante artikelen:

Fenomenologisch werk rondom de zonsverduistering, Wiljan Hoes en Elbert Slikkerveer ( Bruisvat No. 1)

Mysteriën van de Heilige Geest, Nicolaas de Jong (Bruisvat No. 7, zie onder Artikelen)

De Externsteine: het Centrale Germaanse Heiligdom, Elbert Slikkerveer (Bruisvat No. 8; zie onder Archief van Sampo)

Verslag Landschapsgenezing Dachau, Regula Berger (klik hier)

Voor recente verslagen, klik hier.