Beelden en Klankbeelden

In de Rune-Werkplaats worden de volgende beeldengemaakt:

– Klankbeelden

– Beelden van een naam in eurythmische gebaren

– Landschapsbeelden

– Beelden vanuit de sterrenbeelden als werkzame krachten

 


 

Klankbeelden

De uitwerkingen van de planeten veroorzaken stemmingen in de ziel, die hun basis vinden in de innerlijke organen die zij aanleggen. In de boomtypen beuk, esdoorn, eik, es, berk, iep en kers drukken hun krachten zich zeer onderscheidend uit; elk van deze bomen en houtsoorten zijn verbonden met de werkingen van een specifieke planeet. De zielestemmingen die zij voortbrengen kunnen worden ervaren in de klinkers van onze spraak, als zijnde kleuren in de kosmische taal die ons heeft gevormd.
In de klankbeelden is getracht om de klinkerklanken als specifieke klankruimten te benaderen; de gebruikte houtsoort heeft geholpen om de uiteindelijke vorm te vinden. Het vormgebaar van de innerlijke ruimte is getracht te benaderen door innerlijke ervaring van zijn werking (in de levenskrachten). Dit werk, dat subjectief in zichzelf is, want gekleurd door de ziel van de maker, beoogt om de klankwerkingen (in dit geval klinkers) vanuit voorvoelde en voorgedachte vormen toepasbaar te maken op bewuste wijze, door specifieke materialen te gebruiken. Hierdoor is beoogd om te streven naar ziel-gevulde objectivatie, zodat de kosmische klankwerkingen gericht toegepast kunnen worden, en de verbinding mat geestelijke werkelijkheden kan worden hersteld. Uit dit vorm- en klankonderzoek door middel van klankbeelden zijn deze vormen toegepast in verschillende instrumenten met beweegbare achterbladen, om deze klinkerklanken te kunnen benaderen door de innerlijke klankvormen van de instrumenten. Deze zijn nog steeds in ontwikkeling.

 

STER en KLANK

Iedereen is opgebouwd uit de klanken die werken vanuit de sferen van sterren en planeten. Deze klanken worden tijdens de zwangerschap gezongen, en daaruit vormen we ons wezen. Deze klanken verstillen in ons en worden uiteindelijk herkenbaar in de trekken van onze gestalte. Zij worden in ons lichaam afgedrukt als de letters van het kosmische Woord, die overal in de natuur kunnen worden gevonden in kristallen, planten en dieren, maar die tot een grootse compositie komen in de menselijke gestalte. Dit kan men zich op volgende wijze inlevend voorstellen:

Wanneer men tonen en intervallen tot klinken brengt in een ruimte waarin zich klein en fijn strooisel bevindt (zoals zaagsel, fijn zand), zullen deze zich bewegen naar de plaatsen waar de lucht het minste in beweging is (genaamd de klankknopen). Zo ontstaan geometrische figuren, die een negatieve afdruk vormen van de klanken die de ruimte in trilling hebben gebracht (de zogeheten Chladni figuren). Elke klank, toon, interval schept een specifieke vorm in het fysieke. Op deze wijze kan men zich voorstellen hoe alle aardse vormen zijn ontstaan door organiserende klanken (Let wel: de vormen verschijnen op plaatsen waar de minste klank is).

Elk mens heeft een of meer van deze letters uitgedrukt in de vorm van zijn gebaren, welke hij specifiek representeert. Deze zijn inherent aan zijn eigen wezen, en hangen nauw samen met het persoonlijke lot dat hij op aarde ondergaan moet. Deze vormgebaren, welke de klanken van de letters voortbrengen, vinden we op een objectieve wijze terug in de bewegingen van de planeten naar elkaar en in de vormen en posities van de Dierenriem sterrenbeelden op het moment van de geboorte.
De klanken die voortkomen uit de sferen van de planeten en sterren, genoemd de harmonie der sferen, zijn onhoorbaar voor het huidige bewustzijn van de mens.
Om de harmonie der sferen opnieuw hoorbaar te kunnen maken, is de bovengenoemde vorm van astrofonie ontwikkeld, waarin het samenspel van klanken en ritmen vanuit de kosmos op het moment van de geboorte, als een compilatie van het eraan voorafgaande klank-krachtenspel, wordt weergegeven en nagedaan, en zo goed als mogelijk geïmiteerd. Daarbij wordt ook getracht om de woordklanken (klinkers en consonanten) erbij te betrekken.
Aangezien de wezens in de natuur nog wel deze sferenharmonie horen, met name de landschapsengelen, is het zinvol gebleken om met hen in contact te treden door de sferenklanken van een bepaald moment als ingeleefde stemmingen te zingen op een van hun aangrijpingspunten (zie bij landschapsgenezing). Het maakt deze wezens attent op ons werk, en daardoor willen zij vaker meehelpen.

Er zijn snaarinstrumenten (lier, gitaar, cello) ontwikkeld om de klankruimten van de sterrenbeeld-Woordklanken opnieuw te onderzoeken kunnen en te laten klinken in de hoorbare ruimte. Deze instrumenten hebben de vormgebaren van de Dierenriemsterrenbeelden, welke de consonantklanken veroorzaken, als werkzame principes in zich verwerkt.
Daarnaast zijn er klankbeelden ontwikkeld in de houtsoorten die bij specifieke planeten thuishoren, om de klinkerklanken welke door de planeten worden bewerkstelligd, als klankruimten te kunnen onderzoeken. De resultaten hiervan worden weer in andere instrumenten als klankkleuringen toegepast.
Door de innerlijke klankruimten van deze muziekinstrumenten wordt getracht om de klanken van het kosmische Woord weer tot klinken te brengen. De fysiek gemanifesteerde wereld, alsook de mens, zijn te ervaren als in vorm gestolde klank, welke zich met substanties heeft opgevuld. Een beeld hiervan kan men zich vormen wanneer fijnkorrelig strooisel op een glad oppervlak spreidt en in de ruimte erboven klank ofwel muziek laat horen. De fijne korreltjes zullen zich dan neigen te schikken naar de in trilling gebrachte lucht, en zich ophopen op plaatsen waar de lucht het minste beweegt. Hier verdichten zich herkenbare vormen, vaak met geometrisch grondpatroon. De orde kan men herkennen, alsook mogelijk de zin in de gerangschikte vormen. Het hoe en waarom echter niet; daartoe dient men fijnere ziele-zintuigorganen in zichzelf tot ontwikkeling te brengen, welke bij de meeste mensen nog sluimeren.
De ontwikkeling van deze ziele-zintuigorganen kan men versnellen door dit proces om te keren. Men tracht zich dan innerlijk voor te stellen welke vorm een specifiek gewenste klank voortbrengt. Vervolgens tracht men met de innerlijk voorgestelde vorm als vraagstelling zich op een materiaal te richten waarin deze op zijn best kan worden uitgevoerd; welke deze vorm zou willen dragen. De ervaring heeft geleerd dat met name hout deze kwaliteit bezit, daar het ook gestolde vormkracht vanuit de klank in zich draagt. Daarnaast heeft het vanwege zijn relatieve zachtheid weinig eigen klank, in vergelijking met bijvoorbeeld keramiek, steen of metaal. In de Rune-instrumenten wordt een specifieke houtsoort gezocht waarin de klankvorm kan worden uitgewerkt. Dit kan worden een klankbeeld of snaarinstrument (ofwel beide in een). Uiteindelijk kan men toetsen of door de vorm de voorgestelde klank wel juist wordt voortgebracht, of dat men deze nog kan veranderen. Daarmee toetst men de beleving aan de innerlijk levende vormtaal, en heeft mogelijkheden om de eigen vormkrachten bewust te worden, helder voor het bewustzijn en daarmee tot gerichte verfijnder zielekwaliteiten; men ontwikkelt de genoemde sluimerende ziele-zintuigorganen.
Hiermee kan men een bijdrage leveren aan de ontwikkeling en verwezenlijking van muziekinstrumenten die de verbinding terug leggen van het aards-hoorbare naar op de geest geënte muziek, vanuit wat er leeft aan klank en vormkracht in het eigen wezen.

 

Klankbeelden van de innerlijk beleefde planeetprocessen

 

Kersenhouten klankbeeld

 

MtRiKLBMAAN1

 

Onderstuk holMtRiKLBMAAN2

38 x 17 cm

Woordklank: ‘IJ’

 

 

 

 

 

MtRiKLBIEP2

 

 

MtRiKLBIEP1Iepenhouten klankbeeld

holle uiteinden

30 cm hoog, 36 cm breed

Woordklank: ‘I’

 

 

 

MtRiKLBBERK2

 

MtRiKLBBER1

Berkenhouten klankbeeld

23 x 18 x 12 cm

Woordklank: ‘A’

 

 

 

MtKLBZN2

 

 

MtRiKLBZON1

 

Essenhouten klankbeeld

76 x 17 cm

Woordklanken: ‘Oe– O – I – E – A’

 

 

 

 

 

 

 

MtRiKLBEIK1

MtRiKLBEIK2

 

Eikenhouten klankbeeld

41 x 24 x 10 cm

Woordklank: ‘E‘

 

 

 

 

 

 

NtRiKLBESD1

 

Esdoorn klankbeeldMtRiKLBESD2

tegengesteld hol

28,5 x 26,5 cm

Woordklank: ‘O’

 

 

 

 

 

Klbeeld milt 01

 

 

Beukenhouten klankbeeld

Hol; bovenaan open

57 x 13 cm

Woordklank: ‘Oe’

 

terug naar boven

 

 


 

Klankbeelden van een naam

Naast klinker-klankbeelden kunnen er van elke spraakklank klankbeelden worden gemaakt, die bij aantikken op specifieke plaatsen deze woordklanken doen opklinken. Veel is hierbij nog te ontwikkelen. Onderstaand beeld is op aanvraag van een verzorger gemaakt naar aanleiding van een epileptische patiënt welke hij beter bij de werkelijkheid trachtte te krijgen. Er werd op basis van de horoscoop een ritmisch gedicht in beelden gemaakt. Eerst werden de ritmen op het klankbeeld getikt, en vervolgens uitgesproken. Volgens de verzorger, die dit elke avond deed, was het een van de weinige momenten van de dag dat de patiënt werkelijk met zijn bewustzijn aanwezig was.

OkBeeldenNMBRUB3   OkBeeldenNMBRUB2OkBeeldenNMBRUB1

 

 

 

 

 

 

Klankbeeld van de naam Ruben (beuk, berk).

 


 

Beelden van een naam in eurythmische gebaren

De kunstvorm Eurythmie drukt de woordklanken met het lichaam uit in gebaren. Deze gebaren kan men ook in het groeiende menselijke embryo alsook in elke groeiende plante- en diervorm terugvinden. Het is ook mogelijk om beelden te maken die deze gebaren in zich tot uitdrukking brengen. Dat is een vorm van klank- en vormfenomenologisch onderzoek waar nog weinig mee gebeurd is. Hieronder volgen enige voornaambeeldjes in eurythmische gebaren. Hierbij is in de gekozen houtsoort rekening gehouden met de persoonlijke horoscoop van de drager.

OkBeeldenNMBEBBA1 OkBeeldenNMBEBBA2

 

 

 

 

 

 

 

 

Naambeeld ‘Ebba’. hoogte 34 cm x breedte 24 cm x diepte 20 cm. Buitenkant iepenhout, binnenkant kers.

 

 

OkBeeldenNMBBRW1 OkBeeldenNMBBRW2

 

 

 

 

 

 

Naambeeld ‘Bram-Wendela’. 41 x 17 x 21 cm. Beuk, berk, essen voet.

 

 

OkBeeldenNMBG_L1 OkBeeldenNMBG_L2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naambeeld ‘Guntram-Luitgard’ in de vorm van Thor’s huwelijksbijl. 26 x 17 cm.

Iepenhout in voetstuk van acacia.

 

 

OkBeeldenNMBNICO1

 

Naambeeld ‘Nicolaas’,

9 x 17 cm. Terracotta.

 

terug naar boven


 

Landschapsbeelden

Wanneer men beelden in een landschap plaatst, richt zich hiernaar de groeiende natuur. Een kubisch beeld zal bijvoorbeeld een boom verhinderen om tot een punt aan zijn bladerkroon te lomen; een uitstrevend gebaar laat hem zijn takken meegroeien. Dit omdat de elementwezens die deze groei veroorzaken, zich richten naar de fysieke vormen die met name door de mens daar zijn neergezet. Bijgevolg kan men het landschap beïnvloeden door er specifiek gevormde beelden in te zetten. Het kan bijvoorbeeld spanning in de levenswereld oplossen door de levenskrachten in een specifieke richting te leiden. Dit kan zich voordoen wanneer een oud gebouw een nieuw gebouw, bijvoorbeeld in organische stijl, naast zich krijgt. Een beeld dat de levenskrachten uitdrukt en kan richten, lost daarmee de spanning op. Wanneer men bomen of planten in hun groei op specifieke wijze wil stimuleren, kan dit door een gebarend beeld. En wanneer men de krachten van levensbanen (leilijnen) en landschapspunten wil bevorderen of richten, dan kan dat ook met een beeld met specifieke gebaren. In onze projecten landschapsgenezing doen we dit veelal in kleibeeldjes, die we neerzetten terplekke en laten opnemen/oplossen door de natuur. Deze zijn enkel als gebaar bedoeld om tot samenspraak te kunnen komen. Vaste beelden in hout, steen of metaal hebben een veel duurzamer karakter. Er moet ook hier nog veel worden onderzocht. Rune-werkplaats kan in overleg met u op aanvraag ter plaatse tot de ontwikkeling van beelden komen die aan een van deze doelen voldoet.

OkBeeldenTNBPIET2 OkBeeldenTNBPIET1

 

 

 

 

 

 

Tuinbeeld ‘Piéta’. Bedoeld om als meer dan manshoge gebaren uit te voeren. Kleibeeld.

terug naar boven

 


 

Beelden vanuit de sterrenbeelden als werkzame krachten

 

De sterrenbeelden, binnen en buiten de Dierenriem, vertegenwoordigen elk een groep Engelwezens die een idee van het Goddelijk plan uitwerken. Zij werken als groep ook vormend naar de aarde en mensen toe, en hebben elk met een onderdeel van ons lichaam te maken; als zodanig zijn zij ook te duiden. Daarnaast hebben zij als een te verwezenlijken idee van het Goddelijke plan ook een sterk toekomstgericht aspect, namelijk die van ontwikkeling; zij vertegenwoordigen de idealen die wij willen verwezenlijken om zelf tot ontwikkeling te komen en dit Goddelijke plan met en door ons heen daarbij te kunnen verwezenlijken.
De vormgebaren van de sterrenbeelden zoals zij aan de hemel staan, vertellen ons wat zij op aarde teweeg kunnen brengen. Deze inlevend navoltrekken geeft door het doen inzicht in hun werkingen. Dit is in de Rune-werkplaats als onderzoeksproject uitgewerkt. De beelden, waarvan de meeste nog in ontwikkeling zijn, geven een inleefbaar inzicht in hun diepe wilswerkingen.
De sieraden in goud en zilver die naar aanleiding van deze sterrenbeeld-beelden zijn ontworpen, gebaren voor in het fysieke wat wij innerlijk met ziele en levenslichaam moeten voltrekken om hun werkingen te kunnen verwezenlijken in en door ons heen. De werking van de sieraden die tot nog toe op deze basis zijn ontworpen, hebben elk een bewustzijns- en wilskracht richtende tendens, wat de drager na kortere of langere tijd zal merken.

 

Sterrebeelden als vormgebaren
Modellen van sculpturen in hout, klei en was

van de sterrebeelden ten noorden en zuiden van de dierenriem;
Onderdeel van de studie

‘Wegen en Vormen van Liefde;
Van kosmos van de wijsheid naar kosmos van de liefde’

 

Inleiding

De sterrebeelden zijn te bezien als de oervormen van schepping van mens en aarde. In laatste instantie is elk vormprincipe op een van de sterrebeelden terug te voeren. Het zijn er 84; komt aardig in de buurt van de hoeveelheid kaarten van de kleine arcade, overgekomen uit Egypte; de tarotkaarten vanuit de Hermetische inwijdingswetenschap.
De noordelijke sterrebeelden (d.w.z. ten noorden van de Dierenriem) hebben met de ontwikkeling te maken van de mens en diens bewustzijn door cultuurperiodes heen, en samenhangend met het lentepunt overgebracht op aarde (dat punt beweegt langzaam achteruit door de Dierenriem). De zuidelijke sterrebeelden meer met de vegetatieve verrichtingen en de organen die we daarvoor hebben meegekregen. De Dierenriem daartussen is de plek voor de ritmiek; daardoorheen bewegen zon, maan en de planeten, wat sterrewerkingen op aarde helpt brengen.
“In den beginne was het Woord . . .”; dat Woord, bevattende de oer-intenties van het geschapene, is terug te vinden in de sterrebeelden en de taal die zij vertegenwoordigen. Zo is dit de kosmos van de wijsheid als aanzet, de gedachten van de goden (Engelhiërarchieën) in beeld. Het gaat erom deze taal te leren verstaan. Daardoor, met innige verbinding, zijn de onderhavige sculpturen ontwikkeld. De beelden zijn meditatief en met de wijsheid van wat speelt door de handen heen ontstaan (en zullen later, wanneer ze in hout worden uitgewerkt, nog meer genuanceerd, ook veranderd kunnen worden). Gaat men waarnemen door en vanuit het hart, waar het gevoel huist, dan kan men hun taal trachten te verstaan. De mythologische verhalen en voorstellingen, beelden die met de sterrebeelden samenhangen, kunnen een stuk op weg helpen, daar dit uit de mysteriesteden en –daden stammende verhalen zijn (mits juist verstaan), die ons iets over de achtergronden kunnen vertellen. In de embryonale ontwikkeling van de mens zijn zij ook terug te vinden.
Het is de bedoeling dat wij de gedachten van de goden verder ontwikkelen, waardoor wij in vrijheid voor de ontwikkeling van liefde kunnen kiezen. De sterrebeelden vertegenwoordigen daarom onze idealen, die we meenemen naar de aarde vanuit onze afdaling van onze ster (ieder heeft zijn eigen ster als thuisoord). We kennen die gedachten achter de sterrebeelden dus van binnenuit, hebben in en met de hen verwekkende goden geleefd, voordat we naar de aarde kwamen. Vanuit die idealen vormen we ons lichaam; zij zijn om ons heen als fantoomkrachten, en bij meer verwezenlijking zullen ze tot in onze botstructuren gestalte aannemen (de botten zijn zeer kristallijn in opbouw, wat bij veranderende activiteiten ook weer sterk kan veranderen). Wanneer we die idealen verwezenlijken, komen we allerhande weerstanden in en om ons heen tegen; de idealen worden namelijk verweven in onze onzichtbare lichamen van levenskrachten en levens-vormkrachten, en werken daar als hartstochten en driften uit; daarmee hebben we ons bij het opgroeien uiteen te zetten, ze te leren herkennen en door constant werk aan onszelf om te zetten en te reinigen, zodat de idealen ,meer en meer zichtbaar voor onszelf kunnen worden. We trachten onze weerstanden die daarmee samenhangen om te vormen; Dat te leren doen wat die idealen verwezenlijken kan door omvorming van onze gewoonten en weerstanden heen, heet het ontwikkelen van een deugd. We wegen een omstandigheid en hierop af te stemmen daad met ons geweten, huizend in het hart, en kunnen dan tot uitvoering overgaan overeenkomstig de ontwikkeling van het goede, van de idealen in de omstandigheden. We ontwikkelen dan goede gewoonten met betrekking tot dat ideaal; dat is het ontwikkelen van een deugd. En daarmee vormen we ons gewoonteleven om, en ook ons levenslichaam. Daarnaast kunnen we ook de voorwerpen en wezens waarmee we ons verbinden, helpen omvormen doordat we de in deze aangelegde ontwikkelingskiemen, dat zijn idealen in kiem, ook kunnen helpen ontplooien, en hen zo tot vervulling brengen. Zo kunnen we door onszelf de kosmos van de liefde ontwikkelen uit die van de wijsheid (de op aarde gemanifesteerde sterrenhemel).
Daarom wordt in het onderstaand kort aangegeven:
-De mythologische achtergrond
-De samenhang met de menselijke ontwikkeling
-Waar we het sterrebeeld terug kunnen vinden in het menselijke lichaam
-Het ideaal waarmee het samenhangt (indien nodig de verbinding met andere sterrebeelden en zijn plaats aan de hemel), alsook de wijze waarop dit aanvankelijk driftmatig uit kan werken.

Zie voor nadere uitwerkingen van de sterrebeelden als taal “Kosmobiologie’ en ‘Wetenschap Anders’, RUNE-boeken, Bergen; 1986 en 1998. Ook W.F. Bohm, ‘Erde, Mensch und Kosmos’delen 1 – 3, Verlag die Kommenden, Freiburg i. Br. 1956. Voor verdieping in de werkwijze als scholingsweg, zie ‘Esoterisch Christendom tot Heden’, RUNE-boek 1999.

Sterrenkaart

 

 

 

 

 

Sterrekaart vanuit de Dierenriem.

De ecliptica (dierenriem) tot middellijn gemaakt.

 

Omdat de krachten van de sterrebeelden worden overgebracht via het lentepunt en de beweging van zon, maan en planeten door de Dierenriem, is de kaart opgesteld vanuit de Dierenriemband als middelpunt.

 

Enige noordelijke sterrenbeeld-beelden:

 

DRAAK, DRACO

DRAAKB

Plaats: Dit sterrebeeld ligt als sterrelijn met als kop een driehoek, gekronkeld rond de noordpool van de Dierenriem (die gefixeerd is). Omvat daarom buiten de Weegschaal elke Dierenriemzône. Zijn staart ligt in tussen Grote en Kleine Beer. De kop loopt uit in Hercules.

Mythologisch: De draak die de gouden schat bewaart (komt voor in sagen van vele volken).

Menselijke ontwikkeling: Stelt voor de naar de aarde gerichte mens die op de oude maan diergelijk horizontaal georiënteerd was in zijn fysieke lichaam en daardoor droomt in zijn bewustzijn. De drang tot aardewording, inkarnatie veroorzaakt het ruggemerg, dat bij het jonge kind nog horizontaal is georiënteerd. Pas de geest kan het doen oprichten, als wakkerheid en invoelend vermogen tussen voorstellen (later denken) enerzijds, en willen anderzijds. Bij de dieren zien we de reptielen een eerste gebaar maken tot oprichting. De tweezijdigheid van denken en willen komt bijvoorbeeld goed tot uitdrukking in de Brontosaurus, een uitgestorven reuzenreptiel met een dubbele rij platen langs zijn horizontaal verlopende ruggemerg.
De oprichting in de mens wordt bewerkstelligt doordat de grote hersenen (Grote Beer) en kleine hersenen (Kleine Beer) het ruggemerg omklemmen; en in deze hersenen kan onze ziel aangrijpen en onze geest, ons ik zichzelf bewust worden aan de indrukken uit de buitenwereld die tot voorstelling kunnen worden (schors van de grote hersenen) en indrukken uit de levensverrichtingen van de eigen binnenwereld (kleine hersenen). Aan de hemel doen Grote en Kleine Beer dit voor door de staart van de Draak (ruggemerg) in te klemmen.

Waar in de mens: Ruggemerg met verbrokkelende botvorming als wervels; worden tijdens de embryonale ontwikkeling aangelegd. Deze zijn drieledig gepunt, als afbeeld van ons drieledige wezen naar lichaam, ziel en geest, met als zielefunkties willen, voelen en denken.

Ideaal: De wil tot inkarnatie keer op keer, opdat we van het plantaardige en dierlijke stadium zoals we aanvankelijk waren, ons door de menswording heen kunnen ontwikkelen tot engelen van verschillende orde, in aanvang geesten van vrijheid en liefde, waardoor we ook de aarde kunnen helpen omvormen en zo de draak (de tegenwerkende engelen die zich hiervoor hebben opgeofferd) kunnen helpen verlossen.

Als drift: De oerdrift om te willen leven op aarde, dus ook de overlevingsdrang bij dreigend gevaar. De differentiatie hiervan is te vinden in de andere slangenbeelden aan de hemel (Hydra, Hydrus, Slangestaart en –kop, verbonden aan de Slangentemmer, Ophiochus).
De incarnatiebeweging, vanuit een bol puntend naar onderen, is achtergebleven als gebaar bij de Asura’s, de op de zon achtergebleven duisterniswezens, die nu als Sorat-impuls het ik van de mens van bovenaf, vanuit diens bewustzijn (in de hersenen) willen splitsen. Alledrie de ‘boze’, tegenwerkende krachten zijn in het sterrebeeld-sculptuur de Draak terug te vinden;
Kop: luciferische inzichtskrachten
Midden: verhardende, vermaterialiserende en daarmee verbrokkelende tendenzen van ahriman, die geen ziel heeft
Staart: inkarnatiebeweging, die zich van bovenaf in de langs het ruggemerg opstijgende kundalinikrachten wil binnendringen en daar het ik vervangen (Asura’s kunnen enkel verder ontwikkelen door een wezen met een ik, een ziel en een leenslichaam, de mens dus).



Adelaar 02 kopieADELAAR, AQUILA
Plaats: Tussen Veulens en Dolfijn enerzijds, Schild en Slangestaart anderzijds in, onder de Pijl, langs de Melkweg, op de grens van de zônes van Waterman en Steenbok, net erboven staand.

Mythologisch: Zeus zendt vanaf de Olympos zijn adelaar om Prometheus, die het ik-vuur van de goden had gestolen en als straf daarvoor aan de rotsen is geketend (wat verbeeldt het menselijke ik aan het fysieke lichaam), elke dag de lever uit te pikken. ’s Nachts groeit de lever dan weer aan.

Menselijke ontwikkeling: De Adelaar hangt samen met de door de mensen te ontwikkelen geestmens-krachten, de intuïtie, en het is daarmee het jongste, 7e kind van Andromeda (mensenziel) en Perseus (het ik). De lever is het orgaan dat met het opbouwen van lichaams-eiwitten ons lot vasthoudt en regelt (eiwitten zijn gestolde klankpatronen, die element/gedachtenwezens tot in de stof uitdrukken, welke in onze spieren worden opgeslagen als gestold lot, gestolde gedachten; bij het vrijkomen, wellen zij op als wilsimpulsen). De lever is ons toekomst-orgaan, en met het uitpikken en opnieuw aangroeien wordt in beeld aangegeven dat we alle ontwikkelde talenten mee nemen naar de zon (verbeeld met dat Zeus’ adelaar naar de Olympos vliegt) en daar als hoger ik, geestmenskracht achterlaten om opnieuw op aarde verder te ontwikkelen de idealen en daaruit te vormen talenten die we nog niet hebben (ook Christus liet Zijn geestmens bij het incarneren in Jezus van Nazareth achter op de zon). Elke 7 jaren bouwen we ons fysieke lichaam om met nieuwe substanties, en de lever speelt hierin een belangrijke rol; de opbouw vindt vooral plaats in de nacht.
In de Boogschutter-cultuurpeiode wordt hiermee een begin gemaakt in de cultuur.

Waar in de mens: Klieren bij geslachtsorganen en bijnieren; regelen de geslachtshormonen en hangen zo samen met de wil.

Ideaal: Omvormen van het aardse door zich ermee te verbinden. De vorm van het sterrebeeld, een gebogen, getransformeerd kruis, geeft dit aan.

Als drift uitwerkend: Houvast in het aardse zoeken.

 

Gedicht op de Adelaar:

 

Van de vormen en contouren

der dingen en verschijnselen  in de wereld

trek ik de krachten samen

in mijn buik

 

En in de terughouding van de wens

mij met alles te verbinden,

vorm ik om

de navel van de wereld;

 

Vorm ik om

vanuit de wortels van de mensenzoon

in mijn buik,

 

Mijn boven en mijn onder,

mijn links en recht,

 

En bevrijd mijzelf.

 

 
Voor verdere verdieping en beelden van de modellen en hun uitwerkingen zie het boek ‘Een Filosofie van Liefde’ onder Rune-Boeken.

Voor verdere informatie mail naar runewerkplaats@gmail.com

 

Alle boven beschreven beelden zijn te bestellen, In dialoog ontstaan de betere ontwerpen.

 

_____________________________________________

terug naar boven

 

OVER DE BOUWER

 

MtRiBOUWER

Nicolaas Marius de Jong, schrijver, componist, beeldhouwer en astrosoof, is gekomen tot het maken van beelden en de bouw van muziekinstrumenten na een zoektocht naar de zin in en achter het levende; eerst via de wetenschappelijke benaderingswijze in de biologie, waar hij echter het leven gedood zag en opgesneden in kleine stukjes. Later, geleid door zijn eigen innerlijke ervaringen in de natuur, in hemzelf en in menselijke ontmoetingen, heeft hij zich toegelegd op de waarneming van levensprocessen in de natuur en hemzelf, waaruit hij een objectieve methode van waarneming ontwikkelde die begint met samenzang van de levensprocessen. Dit in overeenstemming met de derde stap van de goetheanistische fenomenologie; daar waar de innerlijke leiding beleefd kan worden in het scheppende proces dat de basis vormt voor de verschijnselen. In de astrologie vond hij de kosmische krachten en werkingen achter het leven terug in statische beelden. Met de hulp van Anthroposofie heeft hij deze kosmische werktuigen stap voor stap toepasbaar gemaakt via beeldentaal, muzikale werkingen (binnen de vier menselijke lichamelijkheden) en plastische vormkrachten. Hiertoe heeft hij de astrologie op een anthroposofische wijze toegankelijk gemaakt voor het moderne bewustzijn; hij noemt dit astrosofie. Deze uitwerkingen, ervaringen en scholingsmethoden om te ervaren heft hij enerzijds neergeschreven in meer theoretische boeken, anderzijds werkt hij deze uit in muziektheaterspelen, waarin spelers en toeschouwers innerlijk kunnen bewegen en doen met de kosmische krachten die erachter liggen. Op deze wijze kunnen zij deze gebruiken als zelfonderzoek alsook in de natuurlijke gebieden. Hij geeft cursussen en workshops om in contact met de natuurwezens achter de verschijnselen te treden, en deze te helpen genezen binnen etherische landschappen, wanneer dat wordt gevraagd.
De ontwikkelde scholingsmethoden in de levenswereld behelzen ook de vierde stap van de fenomenologie, waarin de zin als een wilsgebaar binnen zichzelf, binnen andere wezens en achter verschijnselen kan worden waargenomen. Hij werkt dit uit in boetseren en in beeldhouwen.
Voor zijn compositorische werk, en door vragen uit zijn omgeving, heeft hij zich toegelegd op de bouw van instrumenten die uitgaan van het beginsel van de kosmische klanken die de mens samengenzongen hebben vanuit de sterrewerelden, en die nu verstild zijn voor onze oren die op de fysieke wereld gericht geworden zijn. Hij tracht deze weer tot klinken te brengen door de gebaren van de dierenriemsterrenbeelden als basis voor de constructie van de instrumenten aan te wenden. Hij gebruikt de beelden en instrumenten in zijn eigen astrosofische onderzoek alsook therapie en in scholing. Vele stappen van ontwikkeling zijn vergezeld gegaan van een vraag van iemand en de erop volgende interactie.

 

terug naar boven

Terug naar Home page